Nabestaandenpensioen

Na uw overlijden krijgt uw partner een partnerpensioen en elk kind een wezenpensioen.

Partnerpensioen

Voor uw partner is 28,5% van het ‘pensioengevend salaris’ verzekerd. Uw partner krijgt partnerpensioen na uw overlijden, zolang uw partner leeft.

Wezenpensioen

Uw kinderen hebben recht op wezenpensioen tot zij 25 jaar zijn. Het wezenpensioen is 10% van het pensioengevend salaris.

 

Wie zien wij als partner?

  • Degene met wie u getrouwd bent voordat uw pensioen ingaat
  • Degene met wie u geregistreerd partnerschap bent aangegaan voordat uw pensioen ingaat
  • Degene met wie u samenwoont voordat uw pensioen ingaat

Uw partner heeft recht op partnerpensioen als u getrouwd bent, een geregistreerd partnerschap heeft of als u samenwoont.

Bent u getrouwd of geregistreerd partner? Dan krijgen wij automatisch door wie uw partner is. Woont u samen of bent u in het buitenland getrouwd, dan kennen we uw partner niet automatisch. U moet dan zelf aan ons doorgeven wie uw partner is.

Uw partner kan ook na uw overlijden laten weten dat u samenwoonde. Uw partner moet dan wel kunnen aantonen dat u samenwoonde, bijvoorbeeld met een gezamenlijke huurovereenkomst waarop de namen van u beiden staan. 

Als u uit dienst gaat

Uw nabestaandenpensioen is een verzekerd pensioen. Gaat u uit dienst? Dan loopt de verzekering 3 maanden door (tenzij u ergens anders pensioen gaat opbouwen). U kunt ervoor kiezen de verzekering door te laten lopen na die 3 maanden. U betaalt dan zelf de premie voor de verzekering.  

Bekijk het verzekerde en verwachte nabestaandenpensioen

Het nabestaandenpensioen staat op het pensioenoverzicht dat u elk jaar krijgt. U ziet de bedragen ook als u inlogt op deze website. In de pensioenplanner kunt u zien wat bepaalde keuzes betekenen voor de hoogte van het partner- en wezenpensioen als u eenmaal met pensioen bent.

Lees meer: Keuzes die u kunt maken als u uw pensioen laat ingaan
Lees meer: Zo meldt u uw partner aan

We passen het partner- en wezenpensioen als het is ingegaan elk jaar aan. 
Lees meer over het aanpassen van de pensioenen

Als u met pensioen gaat

Op het moment dat u uw pensioen laat ingaan, stopt de verzekering. U kunt u een deel van het bedrag dat voor u pensioen is geadministreerd gebruiken voor een partnerpensioen en wezenpensioen. Standaard zorgen we voor een partnerpensioen van 70% van uw eigen pensioenbedrag. U kunt kiezen voor een hoger of lager partnerpensioen. Heeft u geen partner? Dan kunt u de volledige bedragen gebruiken voor een pensioen voor uzelf.

Er is geen wezenpensioen nadat u met pensioen bent gegaan. 

 

Het partnerpensioen en wezenpensioen is variabel

Als het partner- en wezenpensioen is ingegaan, is het ‘variabel’. Dat wil zeggen dat we elk jaar kijken of het pensioen omhoog kan. Zit het erg tegen en zit er niet genoeg geld in de reserve om de pensioenen die we uitbetalen aan te vullen? Dan kan het partner- en wezenpensioen omlaaggaan. Net als het pensioen voor uzelf.

Had u in de oude pensioenregeling een partnerpensioen en/of wezenpensioen opgebouwd?

Dan is dit pensioen ook verzekerd in de nieuwe pensioenregeling. Bovenop het ‘normale’ partner- en wezenpensioen. 
Neemt u uw pensioen mee naar een ander pensioenfonds of een verzekeraar, dan wordt daar het bedrag dat voor uw pensioen is opgebouwd toegevoegd aan uw pensioen. Het levert dan dus geen extra partnerpensioen en/of wezenpensioen meer op.